Emotionele problemen

Nabestaanden kunnen gedurende het rouwproces overvallen worden door een veelheid aan (op zich normale) emoties, zoals pijn, verdriet, wanhoop of angst. De intensiteit van de beleving kan van dag tot dag en van persoon tot persoon verschillen. Vaak ervaren mensen gelijktijdig verschillende emoties: ze zijn én verdrietig én kwaad. Zij kunnen zich dan soms ook nog opgelucht voelen omdat aan het lijden van de dierbare een einde is gekomen. Dat kan voor verwarring zorgen. Naarmate de tijd vordert, wordt de nabestaande minder vaak overspoeld door de emoties, kunnen deze als het ware steeds beter even uitgesteld worden.
Er kunnen emotionele problemen ontstaan omdat de nabestaande gaat twijfelen aan bepaalde (vermeende) zekerheden over het leven door het overlijden van een dierbare. Ook verwachtingen over de toekomst vragen soms om bijstelling. Rouwenden kunnen twijfels krijgen over de zin van het leven. Het opnieuw vinden van doel en zin kan een moeizaam proces zijn. Soms komen gedachten aan zelfdoding voor. Meestal vinden deze een oorsprong in een intens herenigingsverlangen. Wanneer concrete plannen geuit worden, moet de omgeving alert zijn en hulp adviseren.
In een rouwproces lijken gevoel en verstand een flinke spagaat te maken. Het gevoel wil alles ‘bij het oude houden’, bij hoe het was toen de dierbare nog deel uitmaakte van het leven, maar het verstand weet dat ‘het oude’ voor goed en altijd voorbij is. Een rouwproces ontwikkelt zich doorgaans door enerzijds de confrontatie met het gemis aan te gaan, anderzijds oog te durven hebben voor het nieuwe leven. De confrontaties zullen naarmate het proces zich voortzet steeds minder pijnlijk worden. Naast de slechte dagen zullen op den duur steeds meer goede dagen komen. Het betekent niet dat het verdriet geheel zal verdwijnen. Maar wel dat het beter beheersbaar is geworden.